Lee ‘Scratch’ Perry @ Vooruit, Gent, 21/3

perry 
Door: Tim Vernimmen / Knack Focus 

‘Gek zijn is gezond’, wordt wel eens beweerd, en als er ergens een levend bewijs ronddwaalt voor deze stelling is het vermoedelijk de inmiddels 74-jarige Lee "Scratch" Perry, die zondagavond zijn verjaardag kwam vieren in de Gentse Vooruit. Dat de reggaelegende nog altijd volle zalen trekt heeft vooral te danken aan de indrukwekkende lijst essentiële platen waarop hij als producer fungeerde en zijn bijbehorende status als één van de grondleggers van de dub. Zo zat hij niet alleen achter de knoppen bij de opnames van de eerste Bob Marley platen, maar verzorgde hij ook de onweerstaanbare klank van pakweg ‘Police & Thieves’ van Junior Murvin, ‘War ina Babylon’ van Max Romeo en ‘Heart of The Congos’ van u-weet-wel-wie.

‘Misschien komt het er ooit nog van dat Scratch in ons land zelf achter de knoppen wil kruipen bij een concert van The Congos’, schreven we na de passage van die groep in november. Voor zijn verjaardagsfeestje had Perry The Congos weliswaar uitgenodigd, maar de geluidsmix liet hij over aan Adrian Sherwood, die zijn concert op Reggae Geel eerder ook al van de nodige galm voorzag. Bij nader inzien misschien een verstandige beslissing, want waar de inbreng van Sherwood nu heel welkom bleek om de klank naar de geest van de oorspronkelijke opnames wat uit te diepen, had die gekke Scratch er anno 2010 waarschijnlijk een geweldig potje van gemaakt – het is dan ook al erg lang geleden dat hij nog wat geproducet heeft.

De concerten van The Congos en Max Romeo die de performance van Perry voorafgingen waren noodgedwongen aan de korte kant: elk zeven songs hadden ze gekregen, en waar The Congos in november zowat elke intro twee keer hernamen hielden ze zich nu behoorlijk in op dat vlak. Niettemin kregen we niet alleen oude dingen te horen, maar ook bijvoorbeeld het betrekkelijk nieuwe ‘Chain Gang‘. Hoewel de stembanden wat minder strak staan en de harmonieën wat zijn gaan rafelen is het nog altijd heerlijk om deze vier oude mannen samen aan het werk te horen en vooral ook te zíen hoe ze al die anthems vol overgave uit hun schorre strotten wringen en er de meest halsbrekende pasjes bij uit hun mouw schudden.

Max Romeo hield zich nadien wat meer op de vlakte: hij zei dat hij niet veel tijd had omdat zijn ‘baas’ nu eenmaal het feestvarken was en leek zich een beetje ongemakkelijk te voelen bij het bonte-avondgehalte van het hele gebeuren. Het is dan ook een beetje vervelend natuurlijk als je alleen die paar songs mag brengen waar je nooit eens een avond onderuit kan – voor de performer dan toch, want het opvallend energieke, joelende publiek vond het allemaal geweldig.

Gek genoeg nam het enthousiasme wat af toen de ouwe Perry uiteindelijk zelf zijn opwachting maakte: zijn eigen discografie is een geweldig doolhof en bevat geen songs die nog maar in de buurt komen van de status van ‘Fisherman‘ of ‘Chase the Devil‘ en dat liet zich voelen. Bovendien klínkt Perry als Bob Dylan die het refrein van ‘Rainy Day Women #12 & 35‘ letterlijk heeft genomen en onderhield hij ons tussen de nummers door in een quasi onverstaanbaar patois uitgebreid over geheimzinnige onderwerpen die op de gezichten van zijn bandleden afwisselend hilariteit en plaatsvervangende schaamte tevoorschijn toverden.

Maar kom: Perry is één van de grootste nog levende reggaelegendes en elke liefhebber van het genre moet toch minstens één keer meemaken hoe hij vanuit zijn knalrode baard ‘Soul Fire‘ staat te roepen en hoe hij apetrots zijn bril met knipperlichtjes opdiept tijdens ‘Inspector Gadget‘, zéker als hij op het einde samen met The Congos en Max Romeo van ‘War ina Babylon‘ zingt. Op naar de 75!

Recensie Kingdom of Zion Tour – Alborosie

Deze recensie kan in volgorde van gebeurtenissen afwijken omdat tijdens het optreden niets is genoteerd. lijntjeblog

Alborosie Na Alborosie niet live te hebben gezien op het Duitse reggaefestival Summerjam, het Amsterdamse Two 77’s Splash en het Tilburgse Festival Mundial, wordt het hoog tijd om de uit Italië afkomstige en de naar men zegt tegenwoordig in de provincie Portland Jamaica wonende reggaeartiest Alborosie eens live te aanschouwen.

Na met de Lucky Dube Celebration Tour in Den Haag te maken hebben gehad met een afgezet centrum, in ieder geval met heel veel éénrichtingsverkeer, is nu ook de Lijnbaansgracht voor de deur van De Melkweg opengebroken. Omdat er loopplanken zijn neergelegd, wordt de overlast als voetganger aardig beperkt.

Buiten een babbeltje maken met bekenden is altijd gezellig. Maar al gauw geldt dan het spreekwoord: "gezelligheid kent geen tijd." Want hoewel er vooraf nog geconstateerd was dat het binnen best rustig was, staat er om 21:00 uur zomaar ineens een hele dikke rij voor de ingang. 

Het optreden van Alborosie wordt gehouden in de Oude Zaal, de kleine zaal dus. Al heel snel wordt duidelijk dat de kleine zaal wel erg klein is en dat er teveel kaarten zijn verkocht. Het was binnen een drukte van jewelste. Dit optreden had met alle gemak in de grote zaal The Max gehouden kunnen worden. En dan zou het nog een kwestie van passen en meten geworden zijn heb ik het idee.

AlborosieHet Skank Around Soundsystem draait lekkere, goed dansbare platen en laat de ene big tune na de andere horen. Aan timemanagement is vanavond wel goed aandacht besteed, want rond 21:30 uur wordt Skank Around het gebaar gegeven te stoppen en betreedt de band het podium. De Shengen Clan band bestaat uit zeven muzikanten: drum, bas, gitaar, twee toetsenisten en twee achtergrondzangeressen. Inclusief Alborosie staan er acht muzikanten op het podium en dat is veel. In ieder geval meer dan gemiddeld.

Als je de albums van Alborosie beluistert, dan hoor je regelmatig blazers in de nummers terugkomen. Alhoewel acht muzikanten al veel is, zou een blaassectie evengoed een welkome aanvulling op het geheel zijn, maar helaas. Wel speelt één van de toetsenisten tijdens een aantal nummers trompet, soms zelfs tegelijkertijd met het bespelen van het toetsenbord. Wicked! mi seh, maar de aanvulling van een specifieke blaassectie zou zoals gezegd dus welkom zijn geweest.
Aan de sfeer doet het in ieder geval niet af. Na een instrumentale intro gaat Alborosie met "No Cocaine" van start en bij het verschijnen van Pupa Albo op het podium gaat het publiek meteen los. Vanaf de allereerste minuut wordt er enthousiast gedanst, met armen gezwaaid en luidkeels meegezongen. En dat wordt tijdens het hele optreden niet anders.

AlborosieVan het debuutalbum "Soul Pirate" brengt Alborosie onder andere "Sound Killa" ten gehore, bij "Police" laat Alborosie het publiek het refrein "Policeman and soldier ‘fi stop pressure Natty Dreadlocks" meezingen en van dit album ontbreekt uiteraard ook het fantastische ganja anthem "Herbalist" niet. Andere gespeelde nummers die niet op één van zijn twee solo-albums zijn verschenen, zijn onder andere "Call Up Jah", "Nuh Betta Than Me", "Slam Bam", "Likkle Africa" en "Rototom Free" dat betrekking heeft op het verbannen van het populaire Italiaanse reggaefestival Rototom Sunsplash naar Spanje. De Italiaanse overheid wordt door Alborosie met de grond gelijk gemaakt door ze voor fascisten uit te maken. Mild is hij in zijn stelling niet.

Dat Alborosie veel aandacht aan de productie van zijn albums besteed is duidelijk. Het zijn de extra toevoegingen die zijn albums kenmerkend maken. Luister bijvoorbeeld naar het typische geluidje dat je continue in "Money" hoort, de manier waarop "Kingdom of Zion" begint, de manier waarop "Marijhuana" en "Ganjafarmer" te horen zijn in het nummer "No Cocaine" en meer. De Alborosie-fan zal het duidelijk zijn wat ik hiermee bedoel. Tijdens het liveoptreden hoor je hier niets van terug, maar is het een gemis? Op zich wel, maar aan de andere kant ook helemaal niet. Want om deze geluidseffecten uit de opnamestudio live te kunnen bewerkstelligen zou er aan knoppen gedraaid moeten worden, elektronisch gemanipuleerd moeten worden. Het zou hebben geleid tot een gekunsteld optreden en dan hoor ik het liever allemaal clean and pure.

AlborosieTer afwisseling van het optreden worden er zo nu en dan dancehall riddims tijdens de gespeelde nummers gespeeld. Ook als ze op het uitgebrachte repertoire origineel niet te horen zijn zoals in het nummer "Real Story". Deze afwisseling vind ik prima, want het laat het publiek springen en los gaan; het geeft het optreden meer upliftment en positieve energie. Ik kan de ingevoegde dancehall riddims vooral erg waarderen omdat ze niet lang duren, waarna het originele riddim weer snel opgepakt wordt. Als roots nummers op de plaat live volledig omgebogen worden naar dancehall nummers, zulke concerten heb ik ook meegemaakt (niet van Alborosie), dan ben ik er eigenlijk al gauw klaar mee. Maar deze inbreng van variatie had dus een leuke toegevoegde waarde.

Tussen de nummers door vertelt Alborosie dat hij laatst in Californië was – hij heeft onlangs immers voor de allereerste keer in Amerika opgetreden – en daar vertelde hij dat je in Amsterdam gewoon legaal ganja kan roken. Niet lang nadat hij die uitspraak doet, wordt hem een ganja spliff toegeworpen. Hij ruikt er eens aan en laat weten dat ie erg goed ruikt. Uiteindelijk gaat de spliff naar de drummer van de Shengen Clan; hij roept wel héél erg hard dat hij de joint wil hebben. Op een van de monitoren is een A4-tje geplakt met de tekst "No Smoking". Vanuit het publiek krijgt Alborosie de afdruk aangereikt. Het A4-tje moest maar snel weggemoffeld worden en dat doet Alborosie dan ook.

Alborosie Dat Pupa Albo het publiek op zijn hand heeft is overduidelijk. Ten eerste is het te gek dat iedereen het hele optreden volmondig mee blijft zingen en dat hij heel vaak terecht een oorverdovend applaus krijgt. Zoals gezegd zit de stemming er goed in en dat blijft zo tot de laatst noot gespeeld wordt. Als Alborosie vraagt welk nummer het publiek wil horen, dan is dat het immens populaire "Kingston Town". Alborosie maakt er ter plekke heel kort "Amsterdam Town" van, maar speelt uiteindelijk toch een ander nummer.

Van het allernieuwste album "Escape from Babylon to the Kingdom of Zion" speelt hij onder andere "Steppin Out", "Money", "Blue Movie Boo" (dat is op het uitgebrachte album overigens wel een 100% dancehall track), "I Rusalem", "Real Story" en "Mr. President". Het mooie nummer "Blessings", origineel gezongen met reggaezangeres Etana, zingt hij dit keer samen met een van de achtergrondzangeressen. De live vertolking is erg mooi om te horen en om te zien. Tijdens "Mama She Don’t Like You" speelt de basgitarist een solo die uitmondt op de stijl van Mark King van Level 42, waarbij met de duim op de snaren geslagen wordt en met andere vingers aan de snaren wordt getrokken. Ook hij krijgt een daverend applaus, het klonk dan ook erg lekker.

Na een uur optreden verdwijnen Alborosie en de Shengen Clan band van het podium. Dat zou wel een erg kort optreden zijn geweest, dus het duurt niet lang voordat de encore wordt ingezet. Helaas duurt de comeback maar een klein half uur, waardoor het optreden in totaal een kleine anderhalf uur duurde. Het had echt wel langer mogen duren, want prachtige nummers als "Global War", "Humbleness", "Dung A Babylon" en "Rub a Dub Style" had ik eigenlijk ook wel live willen horen. En de tijd was er in principe nog wel voor. Hoewel Alborosie zijn handdoek al eerder letterlijk in het publiek had gegooid, gooide hij de handdoek na het spelen van "Kingston Town" ook figuurlijk in de ring want dit was echt het allerlaatste nummer dat hij speelde.

Skank Around Soundsystem draaide net als voor de aanvang van het optreden weer fantastisch goed dansbare muziek, wat zorgde voor een mooie afsluiting van deze goede en gezellige avond die ik beslist niet had willen missen.

Catch A Fire

Catch A Fire In de Veronica-gids werd aangegeven dat Classic Albums om 00:10 uur op Canvas zou beginnen, volgens de digitale TV Gids van UPC was dat om 00:20 uur en uiteindelijk begon de documentaire iets later dan 00:30 uur omdat het voetbal uitliep. Het werd een latertje, maar dat was het dubbel en dwars waard.

"Catch A Fire" begon met een passage uit een interview met Bob Marley, waarin hij onder andere laat weten: "I’m a Revolutionary". Een schot in de roos natuurlijk, want reggae had nog nooit eerder bestaan. Het was volkomen nieuw. Tevens deed de opmerking me denken aan de symposia die in Reggae Month februari 2010 op Jamaica werden gehouden met stellingen als "De boodschap van Bob richtte zich niet zozeer op de maatschappij, maar op een revolutie" en "De songteksten van Bob Marley hadden meer betrekking op een revolutie dan op liefde", maar dat terzijde.

Reggae was destijds dus volkomen nieuw. Het werd in eerste instantie dan ook niet serieus genomen. De muziek van Bob Marley & The Wailers was producent Chris Blackwell van Island Records niet ontgaan, hij had in tegenstelling tot de rest wèl interesse in de nieuwe muziek. Hij gaf Bob Marley & The Wailers daarom £4.000 op basis van vertrouwen om een album op te nemen. Of ze dat ook werkelijk zouden doen? Hij kon er op dat moment geen zinnig woord over zeggen. Maar vooral Bob Marley zorgde ervoor dat als het op muziek aankwam, dat er gedisciplineerd gewerkt werd en in no-time was Catch A Fire op Jamaica opgenomen.

Niet veel later vertrok Bob Marley met de banden naar Londen om het album af te laten mixen. De originele opnamen werden flink onder handen genomen om vooral de Amerikaanse markt te bereiken. Toetsenist John "Rabbit" Bundrick en Wayne Perkins op elektrische gitaar wisten aanvankelijk niet hoe zij elementen aan de opnamen toe moesten voegen, het ontbrak hun in eerste instantie aan de nieuwe "reggae-feel." Maar de aanwijzingen van Bob Marley hielpen de muzikanten de goede weg op.

Niet alleen de muziek was revolutionair, maar ook de songteksten. Zo laat Bunny Wailer weten dat het geen "ik hou van jou, ik blijf je trouw" muziek is: reggae is de hartslag / de stem van het volk. Wat onder de Jamaicaanse bevolking leefde, kwam tot uiting in de muziek. Gezien de grote mate van analfabetisme onder de bevolking kwam de muziek van Marley als geroepen. Zijn songteksten waren destijds actueel en dat zijn ze nog steeds. Tot op de dag van vandaag zijn ze treffend met betrekking tot allerlei onderwerpen die zich in de maatschappij voordoen. 

Opvallend vond ik het toen Rita Marley met het citaat "Cold ground was my bed last night, and rock was my pillow, too", afkomstig van het nummer Talkin’ Blues, op armoede doelde. Niet veel later zegt Bunny Wailer exact hetzelfde in de documentaire. Ik vond het opvallend want als je naar Nine Mile gaat, de geboorte- en rustplaats van de Reggae Koning, dan laten gidsen je namelijk weten dat als Bob ’s avonds te laat thuis kwam, dat hij voor de deur op de koude grond moest slapen waarbij hij zijn hoofd op de welbekende rood-geel-groen geverfde steen legde. Dat heeft wat mij betreft niet zozeer met armoede maar met huisregels te maken.

Hoe dan ook: aan airplay ontbrak het Bob Marley in ieder geval niet. Bunny Wailer laat weten: "Om Bob Marley heen waren er een aantal mensen die vonden dat zijn muziek veel vaker gedraaid moest worden. Ze deinsden er niet voor terug om een DJ van een radiostation op te wachten en hem een pak slaag te geven met de boodschap: Draai de muziek van Bob Marley!" 

Chris Blackwell, die door Bob Marley niet als producent maar als vertaler werd gezien, geeft aan dat de bas in het nummer Concrete Jungle fenomenaal is. "De bas trekt je helemaal naar de muziek toe", laat hij weten. Hoewel Concrete Jungle een van mijn grootste favorieten van Bob Marley is, met name ook vanwege de prachtige opbouw van het nummer op het album Babylon By Bus, had ik het zo eigenlijk nog nooit gezien. En dan die fantastische solo in datzelfde nummer, bedacht dus door gitarist Wayne Perkins: fenomenaal! Toen Perkins de solo voor het eerst liet horen, stond iedereen met kippenvel in de studio. Het was duidelijk dat er aan de solo niets meer veranderd hoefde te worden. 

Het is leuk om te zien hoe technici in de studio uitleggen hoe bepaalde instrumenten apart klinken in een bepaald nummer en hoe zij andere muziek en andere effecten zoals overdubs aan de originele opnamen hebben toegevoegd. Goochelen met muziek. Het zijn vooral de kleine details die de muziek nèt die ene sound meegeven. Ook leuk om te zien is hoe lekker creatief Aston "Family Man" Barrett zijn bas bespeelt. In Paradiso vorig jaar gingen zijn broekspijpen tijdens het bassen flink heen en weer. Niet zozeer vanwege de zware basgeluiden, maar omdat hij zijn knieën enthousiast heen en weer bewoog tijdens het bassen. Een fantastische muzikant, hij had zijn piece of the pie van Rita Marley wel mogen krijgen. Dat is hij wat mij betreft dubbel en dwars waard, maar ik dwaal af. 

Chris Blackwell zegt nu dat de originele opnamen de allermooisten zijn, zonder alle toegevoegde opsmuk. En toch ben ik blij dat Chris Blackwell Catch A Fire heeft opgeleukt met allerlei toevoegingen van instrumenten en effecten. Want zou Bob Marley & The Wailers doorgebroken zijn zonder Chris Blackwell? Zou reggae tot in de verste hoeken van de wereld bekend geworden zijn? Zou de muziek van Bob Marley & The Wailers zonder Chris Blackwell geklonken hebben zoals het nu doet?  

De muziek èn de teksten waren volkomen nieuw. Je kunt er artikelen aan wijden zoveel als je wil, maar ook uit deze documentaire blijkt duidelijk:

Bob Marley is a Revolutionary!

Recensie: Alpha Blondy – Live in Peace Tour DVD

Alpha Blondy - Live in Peace Tour DVD Daar waar Don Carlos op de DVD "Live at Reggae Rising" in het DVD menu meteen al binnen knalt met fantastische instrumentale muziek, is het DVD menu van de "Live in Peace Tour" van Alpha Blondy voorzien van de niet spannende en te verwachten achtergrondmuziek "Cocody Rock". Het optreden van Alpha Blondy & The Solar System, opgenomen in Le Zenith a Paris met een capaciteit van 6.000 bezoekers, wordt in het Frans aangekondigd. De intro wordt gespeeld door de vaste begeleidingsband The Solar System, waarbij de basgitarist net als bij het optreden in Paradiso op de voorgrond treedt. Na de intro zingt Alpha Blondy "Psaume 23" backstage mee, waarna hij het podium opkomt. Hij heeft een jasje aan waarop Che Guevara op de achterkant te zien is. Met het nummer "Jerusalem" opkomen is net zo te verwachten als "Cocody Rock" in het DVD menu, maar als Alpha Blondy na de vocale intro van dit prachtige nummer los gaat, dan gaat hij ook ̬cht los! Het publiek begint te fluiten, te schreeuwen, te dansen; thuis weet je niet hoe snel je de volumeknop voluit moet zetten. Te verwachten of niet, Jerusalem Рdat op CD is opgenomen met The Wailers Рis een killertune die echt nooit verveelt.

Tijdens dit optreden heeft Alpha Blondy een klein baardje. Aan de afbeelding op de DVD hoes is niet in één oogopslag te zien dat het om Alpha Blondy gaat. Ook op het podium is het in het begin even wennen vind ik. Dat podium is trouwens groot. Heel groot. Tussen het podium en het publiek bevindt zich een aparte ruimte. Niet voor mensen die graag anderhalf tot twee keer zoveel entreegeld willen betalen om als Very Important Person behandeld te worden, maar voor persfotografen. Tevens rijdt er in die ruimte een op afstand bestuurbare camera op rails heen en weer, die voor mooie fragmenten van het optreden zorgt. De beeldkwaliteit is werkelijk schitterend, het geluid is prachtig. Ook zie je zo nu en dan langzaam een camera over het publiek heen zwaaien. Het doet me denken aan Reggae Sunsplash 2006, waar dit ook het geval was. Van dit authentieke, Jamaicaanse festival zou later een DVD uitgebracht worden, maar helaas (met hoofdletters en drie uitroeptekens) is dit nooit gebeurd.

Na de eerste nummers is de pers in de tussenruimte verdwenen en wordt het publiek in het Frans toegesproken. Als Frans op school een vak was dat je meteen liet vallen zodra het kon, dan wordt het nu toch wel lastig om zoveel mogelijk herkenbare kreten op te vangen en daar dan proberen zelf een logisch klinkende toespraak van te maken. Om op die manier in de buurt te komen van wat er daadwerkelijk wordt gezegd. In het DVD menu heb ik naarstig gezocht naar ondertitels. Al was het maar in het Engels, maar tevergeefs.

Na het volume een aantal nummers iets lager te hebben gezet, niet te veel natuurlijk, wordt het bij Masada weer hoog tijd om de afstandsbediening op te zoeken. Sorry buren! Ik kan er immers ook niets aan doen dat Alpha Blondy van die fantastische nummers heeft uitgebracht. Bij Tampiri wordt het optreden opgeleukt met een gastoptreden van Jamal Aatif (Alpha Blondy’s road manager) op het instrument de derbouka en een drietal buikdanseressen. Deze dames doen de eerste lettergreep van dat woord eer aan, het zijn in ieder geval geen slanke dennetjes. Het ziet er leuk uit, de Arabische klanken door het nummer heen zijn leuk om te horen, maar noodzakelijk is het niet.

Wat kun je over Sweet Fanta Diallo dat daarna volgt zeggen? In ieder geval dat je nog niet aan de afstandsbediening moet zitten om het voor de buren leuker te maken. Blaze up di fyah, mek it bun! Wat een heerlijk nummer! Als Alpha Blondy en de basgitarist tijdens Sweet Fanta Diallo een dansje weggeven valt het me eigenlijk pas op dat de basgitarist draadloos is aangesloten. De andere gitaristen / muzikanten zijn dit niet.

Het Cocody Rock DVD menu is zoals gezegd niet spannend. Maar als Alpha Blondy op het podium inzet voor dat nummer, dan wordt het toch een heel ander verhaal. Om de sfeer nog meer te verhogen dan die al is, laat Alpha Blondy het publiek met het refrein meezingen. Tussen het podium en het publiek staan "blokken" waarvan de functie mij niet helemaal duidelijk is. Ze zullen er niet neergezet zijn om Alpha Blondy te helpen dichter bij het publiek te komen, wat hij wèl doet. Gelukkig staan er in diezelfde ruimte ook een aantal security-guards. En die zullen op hun beurt weer niet ingehuurd zijn om Alpha Blondy op die blokken te helpen, maar dat doen ze wel. Zo zie je maar dat niet altijd alles gebruikt hoeft te worden waar het oorspronkelijk voor bedoeld is.

Politiki is een geweldig nummer waarbij de upliftment pas compleet is als je je eigen djembé erbij pakt. Dat is een nummer dat nu eenmaal lekker weg trommelt. Precies op de helft van dit nummer gaat de bel van de voordeur. Nee hoor, respect voor mijn buren. Ik draai muziek niet vaak op volume "voluit", maar als ik het doe, dan doe ik het wel goed. En altijd op een Christelijke tijd. Links van mij wonen zelfs buren die op mooie zomerse dagen waarbij de schuifpui open staat, zelfs vragen of ik nog wat nieuws in huis heb. Verdraagzaamheid. Het is moeilijk te geloven, maar het bestaat blijkbaar nog.

Wederom wordt er een Franstalige toespraak door Alpha Blondy gehouden. Ook nu hoor ik wel wat bekende kreten, maar ik kan er dit keer geen logisch klinkende toespraak van maken. Ik had Frans op school niet moeten laten vallen. Al was het alleen maar om te begrijpen wat er op de "Live in Peace Tour" DVD van Alpha Blondy wordt gezegd. En dan heb ik het nog niet eens over het interview met Alpha Blondy dat ook op de DVD staat. Tijdens "Peace in Liberia" zijn er momenten dat de band even stopt en even daarna weer inzet. Ook dit was tijdens het optreden in Paradiso te zien. Sommigen zullen dit misschien een beetje hinderlijk vinden, ik vind het schitterend.

Na "Peace in Liberia" verdwijnen de muzikanten van het podium. Alpha Blondy loopt een rondje om het drumstel en andere instrumenten heen en blijft vervolgens met achtergrondzangeres Lilia Rey achter op het podium. Acapella zingen ze "Les Salauds", waarna ook zij het podium aflopen. Road manager Jamal Aatif loopt het podium daarna op en vraagt het publiek: "Are You Ready?", waarna hij de muzikanten aankondigt. De eerste twee muzikanten zijn de keyboardplayers die de riddimsectie van Bob Marley’s "Heathen" spelen. Stuk voor stuk komen de muzikanten het podium weer op waarbij ze muzikaal aansluiten op de riddimsectie van de keyboardplayers totdat iedereen weer op het podium staat. De "Live in Peace Tour" is in mei dit jaar opgenomen. Het is daarom logisch dat ook dit in Paradiso te zien was. 

Tijdens Demain t’Appartient is er een gastoptreden van de Franstalige rapper Lester Bilal, afkomstig uit de Ivoorkust waar Alpha Blondy ook vandaan komt. Ook dit gastoptreden is best leuk voor de afwisseling. Het begin van "Wish You Were Here" wordt door het publiek op de maat meegeklapt. Ook tijdens dit nummer is er een gastoptreden, namelijk van een muzikant met een elektrische doedelzak. Tijdens "Wish You Were Here" – oorspronkelijk van Pink Floyd – wordt een stukje drum & bass gespeeld waarbij ik zou verwachten dat de man met de doedelzak een solo gaat geven van hier tot gunter. Maar in plaats daarvan bedankt Alpha Blondy de muzikant met de (gezongen) woorden "Thank You For Being Here". Naderhand bedankt Alpha Blondy het publiek ook.

Aan de DVD die maar liefst twee uur duurt (!) is bijna een eind gekomen. Maar niet voordat Alpha Blondy "Brigadier Sabari" heeft gezongen. Met een badjas en handschoenen aan verschijnt hij op het podium om het politiegeweld waar het nummer over gaat kracht bij te zetten. De microfoon staat op de standaard, anders wordt Brigadier Sabari (met bokshandschoenen aan) een wel erg moeilijk uit te voeren nummer. In alle eigenwijsheid zit Alpha Blondy toch met zijn bokshandschoenen aan de microfoon en natuurlijk gaat dat mis. Het is een erg leuk moment als een medewerker van Zenith Alpha Blondy moet helpen met de microfoon. Aan het einde van het nummer gooit Alpha Blondy zijn bokshandschoenen op het podium en zijn badjas in het publiek. Het schitterende optreden in Zenith Parijs is nu echt afgelopen. Alle muzikanten staan op een rij op het podium en maken een diepe buiging voor het publiek. Twee uur lang Alpha Blondy is als minuten voorbij gevolgen.

In de 27 jaar dat Alpha Blondy actief is in de reggae industrie heeft hij nog nooit een DVD uitgebracht. "Live in Peace Tour" is de debuut DVD van de hogepriester van de Afrikaanse reggae en wat voor een. Met schitterende beelden, prachtig geluid en vooral: hit na hit. En dan duurt het optreden ook nog eens twee uur. Deze DVD moet je in huis hebben is absoluut het overwegen waard.

Kwadratuur over “2 Sides of My Heart” van Gramps Morgan

Roy "Gramps" Morgan is een van de boegbeelden van Morgan Heritage, het Jamaicaanse equivalent van de Kelly Family. Een beetje een reggaefan weet wat dat betekent: poppy rootsreggae met een sterk melodieus, meerstemmig karakter. Op zijn soloplaat trekt mister Heritage deze muzikale lijn door. ‘2 Sides of My Heart Vol. 1’ bulkt van de liefdevolle, zomerse muziek die soms zo mierzoet klinkt dat de rood-geel-groene stempel dreigt te vervallen. 
                                                                           Lees verder…

Kwadratuur over “2 Sides of My Heart” van Gramps Morgan

Roy "Gramps" Morgan is een van de boegbeelden van Morgan Heritage, het Jamaicaanse equivalent van de Kelly Family. Een beetje een reggaefan weet wat dat betekent: poppy rootsreggae met een sterk melodieus, meerstemmig karakter. Op zijn soloplaat trekt mister Heritage deze muzikale lijn door. ‘2 Sides of My Heart Vol. 1’ bulkt van de liefdevolle, zomerse muziek die soms zo mierzoet klinkt dat de rood-geel-groene stempel dreigt te vervallen. 
                                                                           Lees verder…

Yellowman – maandag 23 november 2009 – De Melkweg

 

Net als de optredens van Barrington Levi en de Easy Star All Stars wordt ook het optreden van Yellowman gehouden in het kader van de Cannabis Cup 2009, waar veel buitenlanders op af komen om the holy herbs te jureren. En uiteindelijk komt daar dan de winnaar van de Cannabis Cup 2009 uit voort. Als jurylid gaat er best wat ganja door je heen in zo een week. Enthousiaste juryleden zoeken de grens op, de meest fanatieke juryleden gaan knockout. Zoals de jongen naast/voor me voordat het optreden nog moest beginnen. Spontaan zakte hij door zijn benen en lag vervolgens zonder zich te verroeren op de grond met een blackout. Met twee man hebben we de jongen de zaal uitgesleept, de security nam het in de gang van mij over. Wat zijn mensen zwaar als ze geen millimeter meegeven. De frisse lucht deed hem blijkbaar goed, want buiten kwam hij weer een beetje tot zijn positieven.

Van de muziek die vooraf gedraaid wordt, word je niet vrolijk. Dit optreden staat zoals gezegd in het teken van de Cannabis Cup 2009 dus wordt er aanvankelijk de meest vreemdsoortige muziek gedraaid. Ik kan niet eens zeggen om wat voor muziekgenre het gaat. Naderhand worden er gelukkig ook reggaeplaten gedraaid. Op de pilaren in de zaal zijn posters geplakt waarop wordt aangegeven dat alleen het roken van pure ganja is toegestaan. Aan de ene kant logisch natuurlijk, want het roken van een pure spliff valt niet onder de tabakswet. Aan de andere kant is dat wel een vreemde situatie. Want in het meest extreme geval zou de beveiliging de opmerking kunnen maken: "Wilt u die sigaret uitmaken en een dikke pure ganja spliff aansteken? Bedankt voor uw medewerking." Het rookverbod is toch juist ingevoerd om ervoor te zorgen dat niet-rokers geen last hebben van rook? Tabak of ganja, er komt rook vanaf.

Het optreden van de werkelijk altijd energieke Yellowman begint op tijd. Ik heb niet geklokt, maar het zal ongeveer 21.30 uur zijn geweest. Na de intro verschijnt Yellowman al springend en rennend op het podium en dat wordt het hele optreden lang niet anders. Het enige moment dat hij heel even stil staat is aan het einde van een zojuist gezongen nummer, waarbij hij regelmatig één arm triomfantelijk in de lucht steekt. De als Winston Foster geboren Yellowman levert op het podium een topprestatie op sportgebied. En daar zingt hij dan ook bij.

Verrassend is de setlist van Yellowman niet, wat je als voordeel zou kunnen zien dat je vooraf precies weet waar je aan toe bent. Ook tijdens dit optreden komen nummers als No Body Move, Zungguzungguguzungguzeng, Love Letter, Be My Guest en Mr. Chin voorbij, al dan niet gebracht in een medley. Veel mensen hoor ik zeggen dat zijn stem achteruit gegaan is. Persoonlijk vind ik het wel meevallen, het maakt me ook niet uit. Om diverse redenen draag ik The King of Dancehall onvoorwaardelijk een warm hart toe en ben ik blij dat hij wederom live on stage te zien is. Met een stem die achteruit gegaan is of niet.

Gekscherend gezegd moet je vanavond voor frisse lucht in de rookruimte zijn. Wat zag het blauw in de zaal zeg. En wat een verademing ook dat je vanavond ongestraft zoveel mag roken als je zelf wil. Het is niet te geloven, maar ik heb de knop echt om moeten zetten die me weer van "Oja, da’s waar ook, ROKEN!" bewust maakte. Zo erg was ik al aan het rookverbod gewend. Daarnaast deed het me nog meer beseffen hoe belachelijk het ingevoerde rookverbod wel niet is. In de kroeg mag je een biertje drinken, bij de bakker mag je een broodje eten, bij een reggaeconcert mag je roken. Hoe vaak ik deze zin ook lees, ik zie de fout niet.

Het nummer Blue Berry Hill ontbreekt vanavond natuurlijk ook niet. Tijdens het optreden stelt Yellowman de basgitarist als David voor. Een paar nummers verder doet hij dat opnieuw en heet de basgitarist Stanley o.i.d., geen David in ieder geval. Dat was wel opvallend. Over de basgitarist van de Sagittarius Band gesproken: ik heb er in de loop der jaren al veel zien komen en weer veel zien gaan. Ongeveer 15 jaar geleden had King Yellowman een werkelijk voortreffelijke basgitarist bij zich. Hij verzorgde het voorprogramma met een aantal nummers, zong ook de achtergrondzang spatzuiver en speelde voortreffelijk bas. Ik ben er niet zeker van of het om Derrick Barnett ging, maar het was echt fantastisch.

Tussen de nummers door laat Yellowman weten dat hij graag naar Nederland komt. Want hier kun je (afgezien van het rookverbod dan, red.) vrijelijk ganja roken. Plus heb je in Amsterdam natuurlijk ook het Red Light District. Yellowman maakt er een grapje over door te zeggen dat hij daar zelf niet komt, maar de band wel. Yellowman is altijd al een grappenmaker geweest en dat zal hij gelukkig ook altijd blijven. Van het serieuze "Armagideon Time" van Willie Williams maakt Yellowman met gemak "A Lot of Men Won’t Get No Woman Tonight". De gitaarsolo in het nummer "Lost Mi Love" doet De Melkweg op haar grondvesten trillen. Aan het einde van het optreden neemt Yellowman erg uitgebreid afscheid van het publiek. Alsof het de allerlaatste keer is dat hij Amsterdam aandoet. Het optreden sluit hij af door iedereen alvast een prettige kerst te wensen.

Dat het dak vanavond gelanceerd werd richting zonnestelsel kan ik niet zeggen, maar zijn opmerking "I am not gonna leave this stage until you’re satisfied. Satisfaction guaranteed!" heeft Yellowman daarentegen absoluut waargemaakt.

Na het optreden wordt de muziek verzorgd door soundsystem Black Star. Yellowman zingt tijdens het eerste nummer backstage mee waarbij hij de naam Black Star Sound een paar keer laat vallen. Na het optreden is de scheidingswand tussen de kleine en grote zaal verwijderd. In de grote zaal speelt een non-reggaeband. Zo enthousiast als bij Yellowman gaat het er zeker niet aan toe. Ook het publiek is (logischerwijs / Cannabis Cup) aardig tam. Tijd om de tram naar huis te nemen om terug te kijken op een geslaagde en gezellige avond.

The Congos – maandag 9 november – Melkweg Amsterdam

Bij aankomst op het Leidseplein valt het op dat de schaatsbaan er weer is. Voor de Melkweg staat een enorm lange rij tot aan het Leidseplein. Blijkbaar is de mij volkomen onbekende band Gizzly Bear immens populair. De rij is gelukkig niet voor The Congos in de Oude Zaal waar je zonder wachten naar binnen kan.

Het soundsystem in de zaal draait geen uplifting muziek om lekker warm te kunnen draaien. Never mind, want een grote groep irie Reggae Sundance gastenboekers zorgen voor de juiste upliftment. Gezelligheid kent geen tijd en daarom staan The Congos veel eerder op het podium dan ik had verwacht.

Over het optreden van The Congos kan ik kort zijn. Stuk voor stuk zijn alle nummers die ze spelen van topniveau. De optredens in de reguliere poppodia begin ik nog meer te waarderen voor zover ik dat niet al deed. Want daar is voldoening gegarandeerd en is er geen geknutsel en gestuntel. The Congos spelen net als Alpha Blondy met hun eigen band. Met toevoeging van percussionist Mikey dit keer, die door The Congos spontaan omgedoopt wordt tot Bongo Mike.

Nummers als Pirates, Youth Man, Jerusalem en Open Up The Gate doen je spontaan over wolken lopen. Om de lichtvoetigheid een beetje te bevorderen kon ik nog net van drie haaltjes van mijn eigen homegrown genieten totdat Babylon Watch Dog me aantikt. Gelukkig geldt er geen zero-tolerance beleid zoals dat naar men zegt in poppodium WATT in Rotterdam wel het geval is. Bij de eerste keer word je er blijkbaar direct op straat gezet.

Na het fantastische optreden draait het soundsystem op een gegeven moment lekkere, goed dansbare muziek, al mocht het niet van lange duur zijn. Want vriendelijk worden we verzocht het pand te verlaten zodat de zaal schoongemaakt kan worden. Waar sommige optredens wegens irritatie veel te lang duren is een avondje met The Congos altijd veel te kort.

Naar verwachting brengen The Congos dit jaar nog hun nieuwe album Back in the Black Ark uit, geproduceerd door Lee "Scratch" Perry die meer dan 30 jaar geleden ook het unieke debuutalbum van The Congos Heart of the Congos produceerde. In bovenstaande video spelen The Congos een nieuw nummer van Back in the Black Ark, waarvan je er vanuit zou kunnen gaan dat het nummer "Pass and Gone" heet. Wat een schitterend nummer!

Voor meer videoclips en uitgebreide informatie over het optreden in de Melkweg zoals de setlist en de bandleden van The Congos kunt u terecht op de splinternieuwe website Wake Up And Live van Ras Arno. Voor het optreden van The Congos in het Burgerweeshuis in Deventer checkt u het You Tube kanaal van Ray4PA.